Een missie
Ook nu weer laat de natuur haar prachtige herfstkleuren zien van bomen en struiken. Maar ook momenten van storm en mist kunnen mij fascineren. Een wandeling in de mist voelt alsof je alleen op de wereld bent. Je alleen voelen komt vaker voor, zeker op momenten wanneer verdriet je leven beïnvloedt.
Wat kunnen wij daaraan doen? Kunnen wij verdriet zodanig relativeren dat wij ermee kunnen leven door veranderingen aan te brengen in ons leven, of laten wij die pijn haar gang gaan zodat wij er onder lijden? Het is ook mogelijk ons leven dragelijk te maken door het verlies van een geliefde te accepteren en hem of haar mee te nemen in mooie herinneringen van het samenzijn.
Ook verwachtingspatronen leiden vaak tot teleurstelling en verdriet. Wanneer wij dat los kunnen laten, voelen wij ons vrijer om in het volste vertrouwen de toekomst tegemoet te zien.
Zo ontmoette ik vorig jaar een echtpaar waarmee ik in gesprek kwam. Zij vertelden mij dat zij die dag een missie hadden en waren op weg naar Oss. Maar eerst wilden zij in de kathedraal van ’s-Hertogenbosch een kaarsje branden, omdat jaren geleden hun zoon op 24-jarige leeftijd in Oss is verongelukt. De plek van dat ongeluk wilden zij bezoeken. Hun verbondenheid met hun zoon was zo levend dat zij de pijn van hun zoon wilden meedragen door daar te zijn. Dichterbij konden zij niet bij hem komen om een antwoord te vinden op hun vraag: “waarom?”.
“Waarom liet God dat toe?”, vroeg de vrouw. Een moeilijke vraag waar vaak een gevoel van verbijstering, woede of onmacht in zit. Op het ‘waarom’ krijgen we meestal geen antwoord. Maar we weten wel dat God geen God van oorlog is; technische ontwikkelingen; of ziekten. Al ons handelen kan de dood tot gevolg hebben. Maar in ons geloof weten wij dat God liefde is. Ogenschijnlijk is dat in de werkelijkheid van ons leven niet te zien, omdat wij die liefde niet toelaten. Wij moeten ons realiseren dat de mensheid elkaar verschrikkelijke dingen aandoet en dat wij vergankelijke schepselen zijn. Er staat geschreven: Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede. Helaas staat tegenover het goede het kwade, waarin wij als mensen gauw verzeild kunnen raken. Machtsmisbruik, hebzucht en jaloezie zijn in veel gevallen grote boosdoeners.
In het katholieke geloof zijn veel kerkelijke Hoogfeesten en Gedachtenissen. Twee daarvan zijn Allerheiligen en Allerzielen die respectievelijk op 1 en 2 november gevierd worden. Allerzielen ligt ons dicht aan het hart, omdat wij ons verdriet en herinneringen in de kerk brengen of bloemen neerleggen op het graf van een geliefde. Deze droeve viering wordt door het aangestoken kaarslicht een bemoediging van hoop en verwachting, omdat dit licht ons wijst naar Christus. Hij heeft ons die hoop en verwachting gegeven in vele woorden die Hij heeft uitgesproken: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven” (Joh.11: 25-26). Laten wij daarom niet de moed verliezen, maar deze hoopvolle woorden tot ons nemen. In deze tijd is dat moeilijk te geloven, omdat velen van ons denken God niet meer nodig te hebben. Blijkbaar past dat niet meer in een geseculariseerde maatschappij waar ieder zijn of haar eigen weg wil gaan. Maar, ... is het niet zo, dat de zin van het leven bij God begint, ook al gaat dat ons verstand te boven?
De missie van het echtpaar kreeg in de Sint-Jan nog een verrassing. Zij wilden een kaarsje branden bij pater Eustachius. Pas daarna, lazen zij bij dat beeld de geboortedatum van deze pater: 3 november 1890. Drie november was de datum dat hun zoon verongelukte. Zij waren met stomheid geslagen, maar zagen hierin ook een bemoediging om hun missie te volbrengen. Op die dag was hun zoon levend in hun herinnering aanwezig. Samen gingen zij naar de plek in Oss die hun leven zo veranderde. Maar door hun geloof en liefdevolle herinneringen kwam hun zoon tot ‘leven’.
Br. Diederik




