De tijdgeest
Een klein jaar geleden zag ik een man achterover geleund op een stoel zitten bij het liturgisch centrum. Terwijl ik naar hem toeliep, zei hij: “Ik geloof niet in God, mijn vader was communist en ik kom uit Groningen”. Met een glimlach keek hij me aan, maar de toon was gezet.
De man maakte zich druk over de rijkdom van de kerk: “Ze hadden indertijd dat geld beter aan de armen kunnen geven”. Toen hield hij zijn mond. Ik vroeg of ik even naast hem mocht zitten. Nadat ik me had voorgesteld kregen wij een mooi gesprek over het tijdsbeeld van toen, om ons te realiseren hoe de maatschappij van de 15de en 16de eeuw in elkaar stak. Deze prachtige kerk is toen gebouwd ter ere van God, als Zijn huis. Inderdaad zullen veel mensen ervoor betaald hebben, gewild of ongewild. Maar velen hadden door zo'n bouwproject ook werk. Terwijl het kerkgebouw bij voltooiing de trots van de stad was en nog steeds is.
In die tijd was er inderdaad veel armoede die gedeeltelijk verzacht werd door kloosterlingen, kerk en individuele helpers. Dat was natuurlijk niet voldoende. Vele burgers van toen waren bezig om te overleven. Deze man had gelijk wanneer je de geschiedenis niet in haar context ziet, maar alleen benadert vanuit onze hedendaagse normen en waarden. Gelukkig gaan wij daar nu bewuster mee om. Ondanks onze rijkdom kost het ons toch veel moeite om aan armoede een einde te maken.
Om in God te geloven is een persoonlijke zoektocht nodig. Daarbij moet de wil aanwezig zijn om de woorden van Jezus aan te nemen. Het geloof verkondigt ons juist hoe wij met onze naaste moeten omgaan. Dat staat in het tweede gebod: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. “Dit gebod zal u, vanuit uw maatschappelijke betrokkenheid, wel erg aanspreken”, zei ik tegen de man. Hij knikte en grijnsde. “Ook u zal prachtig werk doen zoals een christen dat probeert te doen vanuit dat tweede gebod”, vervolgde ik. Toen ging de man schuin op zijn stoel zitten en keek me verrast aan. “Ik denk dat wij daarover allebei hetzelfde denken. Bewust oog hebben voor onze naaste zou voor iedereen een levensopdracht moeten zijn, omdat liefde ons bindt”.
Maar Jezus geeft ons ook het eerste gebod: God lief te hebben met heel ons hart, heel onze ziel en geheel ons verstand. In onze geseculariseerde maatschappij waar iedereen zijn of haar vrijheid zoekt, neemt, en ernaar handelt, komen wij steeds verder van God af te staan. Zoals de man, die niet de woorden verstond die Jezus gezegd heeft. Maar het zijn juist Zijn woorden die ons wijzen naar God. (Joh.14, 6-11)
De rijkdom van onze prachtige gotische kerk is niet meer te betalen. Maar juist door deze bouwkunst van toen, worden wij geattendeerd op het geloof in Jezus Christus. De werkelijke ‘rijkdom’ zit niet in de stenen maar in de woorden van Jezus die deze kathedraal laat zien en horen. Die ‘rijkdom’ is vele malen groter dan het kerkgebouw. Wanneer wij dat beseffen, krijgen wij oog voor de ander. Die aandacht is voor velen een troost, een aanmoediging en een verwachting.
Na dit mooie gesprek stonden wij op. De man pakte mijn hand vast en zei: “Fijn met u gesproken te hebben”. Niet mopperend, maar met een blij gezicht liep hij de kerk uit. Terwijl ik de man nakeek dacht ik: Voor ons mensen blijft God een mysterie.
br. Diederik




